Waar je lokaal precies in verschijnt
Bij een lokale zoekopdracht toont Google twee dingen boven elkaar. Eerst het kaartblok met een handvol bedrijven, gevoed door je bedrijfsprofiel. Daaronder de gewone resultaten, maar gefilterd op wat in de buurt relevant is, gevoed door je website. Dat zijn twee verschillende wedstrijden met verschillende spelregels. In het kaartblok telt je profiel zwaar; in de resultaten eronder telt je pagina. Wie alleen aan zijn profiel werkt, verliest het tweede blok, en andersom.
Waar Google lokaal op let
Google beschrijft drie factoren voor lokale rangschikking: relevantie (past je profiel bij de zoekopdracht), afstand (hoe ver je van de zoeker vandaan zit) en bekendheid (hoe bekend je bent, onder meer af te lezen aan vermeldingen, verwijzingen en reviews). In diezelfde uitleg staat er iets bij dat de moeite waard is om te onthouden: je kunt een betere lokale positie niet aanvragen en niet kopen. Afstand kun je niet beïnvloeden, relevantie en bekendheid wel. Daar zit dus al je werk.
Je Google Bedrijfsprofiel
Begin bij de hoofdcategorie. Die weegt zwaar en veel bedrijven kiezen hem te ruim: kies de categorie die je belangrijkste dienst het nauwkeurigst beschrijft en zet de rest als extra categorie erbij. Vul daarna de gegevens die klanten gebruiken om te kiezen: openingstijden inclusief uitzonderingen, diensten met een echte omschrijving, foto’s van je eigen pand en je eigen mensen, en het adres van de pagina waar je bezoeker naartoe moet. Beantwoord de vragen die anderen stellen zelf, want anders doet iemand anders het.
Reviews
Reviews werken mee in twee richtingen. Ze wegen mee in je bekendheid en ze bepalen of iemand op jou klikt en niet op de buurman met een halve ster meer. Vraag ze op het moment dat de klant tevreden is, persoonlijk en met een directe link. Wat je niet moet doen: reviews inkopen, ze alleen aan tevreden klanten vragen of een tegenprestatie bieden. Dat is tegen de regels van Google en valt in reviewpatronen op. Een kritische review beantwoord je kort, feitelijk en zonder je gelijk te halen; die reactie lezen tientallen mensen die zelf nog niets hebben meegemaakt.
Gegevens die overal hetzelfde zijn
NAP staat voor naam, adres en telefoonnummer. Die drie horen overal identiek te zijn: op je site, in je profiel, in branchegidsen en op de pagina’s van partners. Verhuizingen, een nieuwe rechtsvorm of een oud filiaal laten een spoor achter van vermeldingen die niet meer kloppen, en dat maakt het voor Google lastiger om te bepalen welk bedrijf je bent. Opruimen is saai werk en levert zelden direct meer verkeer op, maar zonder die basis blijft de rest wankel. Leg je gegevens ook in code vast met schema markup.
Pagina’s per plaats of werkgebied
Een pagina per plaats werkt alleen als die pagina iets te vertellen heeft. Een sjabloon waarin alleen de plaatsnaam wisselt, is voor Google een doorway page en voor je bezoeker een teleurstelling. Een pagina verdient zijn bestaan met eigen inhoud: welke klanten je daar bedient, wat de reistijd of levertijd is, welke vragen in die regio anders liggen, foto’s van werk dat je er deed. Dat betekent ook dat je er niet honderd kunt maken. Begin met de plaatsen waar je klanten daadwerkelijk vandaan komen, en breid uit als die pagina’s zich bewijzen.
Verwijzingen uit je eigen omgeving
Lokale bekendheid bouw je met partijen die in jouw gebied al gelezen worden: de ondernemersvereniging, de sportclub die je sponsort, de gemeente of een regionaal platform. Eén vermelding op een site die echt bij je regio hoort, doet meer dan tien plaatsingen in landelijke linkverzamelingen. Hoe we die verwijzingen opbouwen, staat bij linkbuilding.
Meten: zichtbaarheid en klantcontact apart houden
Hier gaat het vaak mis in de beoordeling. Zichtbaarheid meet je aan vertoningen, posities en hoe vaak je in het kaartblok verschijnt. Klantcontact meet je aan routebeschrijvingen, telefoontjes, klikken naar je site en aanvragen. Die twee bewegen niet altijd samen. Stijgt je zichtbaarheid zonder dat er iemand belt, dan zit je probleem in je profiel of op je pagina en niet in je positie. Daarom zetten we ze in de rapportage nooit in één grafiek.